Interview Hans van der Hart, algemeen directeur
Zeeland Seaports is ambitieus
Een man met een missie: Zeeland Seaports nadrukkelijker op de kaart zetten, de haven laten groeien en altijd met respect voor de natuur. Aan ambitie ontbreekt het niet. Hans van der Hart ziet nog veel kansen om de positie van de haven te versterken.

Essentieel om te kunnen groeien is intensivering op de bestaande terreinen, een betere benutting van de
achterlandverbindingen en het als initiator en ontwikkelingsmaatschappij ontplooien van nieuwe initiatieven. Zeeland Seaports is ondernemend en haar werkveld strekt verder dan de haven alleen. Is er aan die groei een grens?
Ruimtelijk is er een spanningsveld. Zeeland beschikt over zeer waardevolle natuur en cultuur. Die dient beschermt te worden. Samen met de provincie hebben we daarover afspraken gemaakt. Daarin is Vlissingen-Oost en de Kanaalzone bij Terneuzen aangewezen voor industrialisatie. Om binnen het gebied te kunnen expanderen kiezen wij voor: 1) herschikking in het gebied, door duurzame ontwikkeling een efficiënter gebruik van het areaal. Voorheen was koop van terrein mogelijk, daardoor bleef heel veel onbenut, we hebben gekeken naar de doelmatigheid van deze terreinen en hebben delen weer terug in bezit, daardoor beschikken we nu over een reserve. 2) ook ligt er nu bijvoorbeeld het plan van de Westerschelde Container Terminal (wCT) dat buiten de bestaande haven wordt gerealiseerd. Door aanpassing van de plannen past het nu goed en biedt de wCT nu ook ruimte voor bescherming van natuur.
Containers
De haven investeert enorm in de ontwikkeling van container terminals (wCT, VCT en Scaldia). Staat dit niet op een gespannen voet met het achterblijven van achterland verbindingen en de enorme concurrentie?
Toename van vervoer van containers is wereldwijd nog steeds in opmars. Deels is dit substitutie. Onze haven beschikte over onvoldoende containercapaciteit. Hierdoor konden we op dit vlak beperkt concurreren. Die concurrentie gaan we nu graag aan door onder andere de aanleg van de Scaldia Container Terminal die volgend jaar gereed zal zijn. Er liggen nu kansen. Timing is essentieel. Wij investeren pas wanneer we een goede contract partij hebben. Alleen dan ben je verzekerd van succes. Onze achterland verbindingen zijn uitstekend. Daarnaast zal het vervoer van uit Zeeland naar andere havens in Europa nog fors toenemen.
“wij zijn de voordeur van de Noordzee”
Achterland verbindingen
De druk op het achterland neemt toe. Zeeland Seaports kiest heel nadrukkelijk voor meer vervoer over het water inclusief transhipment, daarna over het spoor en als laatste over de weg. De komst van de Westerscheldetunnel heeft de noord-zuid verbinding al sterk verbeterd en door de verbreding van de aansluitende wegen zal de bereikbaarheid van onze havens via de weg alleen maar beter worden. Via de A58 sluiten we aan op het wegennet van Nederland. Op het spoor zijn zeker maatregelen nodig. Met de Sloelijn takken we aan op het geëlektrificeerde spoor van Europa. Wat nog ontbreekt is de Sloeboog van Vlissingen naar Antwerpen. Daarmee wordt het spoor nog beter benut. Als wij in het kader van de Nationale Havenvisie aantonen wat onze bijdrage is voor de BV Nederland, verwachten wij ook van andere overheden dat zij hun verantwoordelijkheid nemen en deze verbinding bespoedigen.
Intensivering van vervoer over water richting het zuiden zal met de aanleg van de nieuwe Seine Nord verbinding en de aanpassing van de sluizen bij Terneuzen gestimuleerd worden. Schepen met een tonnage van 4.400 kunnen dan vanuit de Zeeuwse havens van en naar Paris varen. De maximale capaciteit is nu nog 650 ton.
Via het Schelde-Rijnkanaal kan vanuit de haven het zelfde achterland als dat van Rotterdam en Antwerpen bediend worden. Het belang van vervoer over water zal nog verder toenemen.


“Op termijn worden wij de tweede haven van Nederland”
Profilering
Zeeland Seaports profileert zich sterk op Zeeland terwijl haar economische meerwaarde voor een veel groter deel van Nederland en ook het buitenland geldt. Waarom die bescheidenheid? Van origine zijn wij opgericht als een ontwikkelingsmaatschappij voor de creatie van werkgelegenheid. Wij hebben nooit kunnen bevroeden dat de samenwerking tussen de twee havens van Vlissingen en Terneuzen in één sterke fusie-organisatie zo enorm complementair zou zijn. Er is een bedrijf ontstaan dat heel nuchter en bescheiden de kansen heeft benut om zich sterk te ontwikkelen. We hebben ondernemerschap getoond en élan. Hierdoor zijn geheel nieuwe initiatieven ontstaan die zeker vanuit milieu oogpunt een keerpunt zijn ten gunste van duurzaamheid. Enige bescheidenheid past wel bij ons, echter internationaal manifesteren wij ons steeds beter. Door onze resultaten gebeurt dat nu ook in Nederland.
“Het gebied Gent - Terneuzen wordt het kenniscentrum van Europa”
Bio Base Europe
Een van die resultaten is hoe je via cradle to cradle uit kan groeien tot een succes. In plaats van afwachten en kijken waar het start, zijn wij heel praktisch aan de slag gegaan. De basis van onze strategie was altijd al industriële clustervorming en samenwerking. Op het moment dat de discussie over ontwikkeling van glastuinbouw in Zeeland ontstond, hebben wij direct gekeken naar versterking van bestaande industrie en de koppeling met die voor ons “branchevreemde” neven-activiteit. Deze glastuinbouw zal op termijn werkgelegenheid bieden aan circa 1.000 mensen. Het is ondernemerschap optima forma. In een moeilijke financiële markt hebben we durf getoond.
Bio Base Europe (BBE) is een samenwerkingsverband tussen Bio-Energy Valley in Gent en Biopark Terneuzen. Een centrum voor onderzoeks- en opleidingsfaciliteiten voor bioprocessen om de ontwikkeling van een duurzame biogebaseerde economie in Europa te versnellen. BBE streeft naar duurzame productieprocessen en drastische terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2. Het nieuwe BBE gaat de regio omvormen tot het belangrijkste centrum voor de biogebaseerde economie in Europa. Het is het antwoord op weg naar industriële duurzaamheid. Biogebaseerde productie zorgt nu al voor de transformatie van een brede selectie industrieën, vooral in de chemische, energie- en agro-industriële sectoren in de wereld.
BBE bestaat uit een proefinstallatie en een opleidingscentrum. De BBE Pilot Plant richt zich op technologie van de tweede generatie om landbouwkundige nevenproducten en gewassen die niet bedoeld zijn voor consumptie zoals tarwestro, maïskolven, houtsnippers, Jatropha- en algenolie om te zetten in biobrandstoffen, biokunststoffen en andere biogebaseerde producten. Wetenschappelijk zijn de technologieën al in laboratoriumproeven aangetoond. De uitdaging is nu om op te schalen naar industriële productieschaal. De Pilot Plant is een flexibele en gevarieerde proefinstallatie die de hele waardeketen op één plaats kan uitvoeren: van de groene bronnen tot aan het uiteindelijke product. Het zal fungeren als een open innovatiecentrum dat beschikbaar is voor commerciële bedrijven en onderzoeksinstellingen die zich bezighouden met bioactiviteiten in de hele wereld. De ingebruikname van de nieuwe proefinstallatie in Gent, waarvan de kosten geraamd worden op € 13 miljoen is gepland in het vierde kwartaal van 2009.
BBE is ook een Training en Voorlichtings Centrum, om het industriebrede tekort aan vakkundige procesoperators en technische onderhoudsspecialisten op te leiden. Het Centrum vergt een investering van € 8 miljoen en komt in Terneuzen. Er zullen zowel standaard als bedrijfs-specifieke opleidingen en cursussen aangeboden worden, gericht op bioprocessen. BBE wordt het centrum van kennis netwerken, technologische innovatie en ondernemerschap. Tevens zal het een programma voor publieksvoorlichting en communicatie ontwikkelen. Het BBE Training Center wordt in 2010 geopend.

Duurzaam
Van Havens verwacht men ook terecht dat zij in duurzaamheid hun verantwoordelijkheid nemen? De Westerschelde kenmerkt zich als een uniek gebied, hoe neem je als haven die doelen in ogenschouw?
Wanneer je in de haven geen vervuiling toevoegt aan oppervlakte water of slib voorkom je al heel veel schade. Wij baggeren en brengen terug wat door getijdewerking onze havens binnenkomt vanuit de Westerschelde. Bij uitbreidingen is een natuurontwikkelingsplan op voorhand nodig. De haven is belangrijk voor dit gebied, juist daarom stellen wij ons steeds de vraag hoe we de robuuste ecologische ontwikkeling de ruimte kunnen blijven geven.
"We opereren in de context van de omgeving"
Samenwerking
Geografisch bent u de poort voor Antwerpen en Gent. Hoe lang duurt het nog voordat dit een grote internationale havenorganisatie wordt? Om internationaal verder op te trekken zou dit toch een logische stap zijn? Operationeel is er op veel terreinen al samenwerking, zoals met Gent voor wat betreft het overleg over de nieuwe zeesluis bij Terneuzen en het eerder genoemde Bio Base Europe. Een onderwerp als veiligheid en milieu zal ook verder in belang toenemen. Een vergaande versmelting kan niet. De wetgeving van landen geeft die ruimte niet. Maar we werken bijvoorbeeld ook heel nauw samen met Havenbedrijf Rotterdam in Exploitatie Maatschappij Schelde Maas. Voor de gezamenlijke promotie wordt er met HollandPorts ook samengewerkt met Amsterdam en Groningen. Samenwerking is goed. Op commercieel vlak doet ieder zijn ding.

Ondernemend
U bent sinds 1983 bij de haven betrokken en sinds 2004 algemeen directeur. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen over die periode? We waren in het verleden re-actief, dat was mede door de tijdsgeest. Het begrip haven autoriteit heeft een andere en sympathiekere betekenis gekregen. We hebben een cultuur omslag kunnen maken naar een pro-active organisatie die samenwerkt met haar klanten op het terrein van economie, natuur en omgeving. Ook de rol van stakeholders is zeer toegenomen. Omgevingsmanagement en het belang van natuur is onderdeel van de bedrijfsvoering geworden. Dat biedt ons kansen. We opereren nu meer in de context van de omgeving.